Naar hoofdinhoud

De pros en cons van back-end programmeertalen bij de Nederlandse Overheid

Gepubliceerd op: 16 november 2023

Programmeertalen spelen een cruciale rol in de ontwikkeling van software, zowel voor de back-end als de front-end. Er zijn diverse open-source programmeertalen beschikbaar die door overheidsorganisaties en bedrijven worden gebruikt. In dit artikel bekijken we enkele van de meest gebruikte programmeertalen door Nederlandse overheidsorganisaties en vergelijken we hun voor- en nadelen.

Back-end Programmeertalen

Python

Python is de meest gebruikte back-end programmeertaal onder de organisaties die geregistreerd staan op developer.overheid.nl.

Python staat bekend om zijn eenvoudige syntaxis en brede toepasbaarheid. Dit maakt het aantrekkelijk voor het bouwen van server-side logica en API's. Ook wordt Python veel gebruikt in de wereld van data engineering en data science. Dit komt doordat Python veel tools biedt voor data manipulatie, analyse en visualisatie.

Een nadeel is dat Python over het algemeen trager is dan gecompileerde talen als Java. Dat kan belemmerend werken voor toepassingen waar snelheid en prestaties van belang zijn. Daarnaast biedt Python gebrekkige ondersteuning voor multi-threading Dit betekent dat er slechts één thread tegelijkertijd Python code kan uitvoeren in een enkele Python-interpreter. Als gevolg kunnen meerdere threads minder effectief benut worden voor parallelle verwerking.

Java

De tweede meest gebruikte back-end programmeertaal is Java.

Java blinkt uit in platformonafhankelijkheid, waardoor het geschikt is voor grootschalige, betrouwbare en veilige servertoepassingen. Een ander voordeel van Java is de type safety. Dit betekent dat Java types controleert tijdens het compileerproces. Deze type safety vergemakkelijkt het refactoren van de code en vermindert het aantal runtime-errors. Bovendien is Java geschikt voor het bouwen van zowel kleine als grote, complexe systemen door zijn schaalbaarheid.

Voor sommige ontwikkelaars is de syntaxis van Java omslachtiger dan de syntaxis van andere programmeertalen. Dit kan leiden tot meer code om dezelfde functionaliteit te bereiken. Ook kunnen Java-toepassingen soms een langere opstarttijd hebben doordat de Java Virtual Machine geïnitieerd moet worden. Dit kan een probleem vormen voor toepassingen waar snelle opstarttijden cruciaal zijn.

PHP

PHP komt als derde naar voren als de meest gebruikte programmeertaal voor back-end ontwikkeling binnen de Nederlandse overheid.

PHP wordt veel gebruikt voor het maken van dynamische websites en webapplicaties. Het werkt op diverse besturingssystemen, waardoor organisaties gebruik kunnen blijven maken van hun bestaande infrastructuur. Net als Python is PHP eenvoudig te leren en gebruiken door zijn intuïtieve syntaxis.

Ook PHP heeft enkele nadelen. Er is een gebrek aan strikte variabelentypen binnen PHP. Dit kan leiden tot potentiële fouten en complexiteit in grotere codebases. Om deze reden is PHP minder geschikt voor zeer grote en complexe systemen. Daarnaast heeft PHP beperkte debugging tools, waardoor het lastiger is om fouten uit de code te halen.

Go

Go (of Golang), de programmeertaal ontwikkeld door Google, is de vierde meest gebruikte programmeertaal. Ook developer.overheid.nl gebruikt Go als programmeertaal voor back-end ontwikkeling.

Een voordeel van Go is dat het uitstekende ondersteuning biedt voor concurrency. Dit maakt het mogelijk om verzoeken sneller af te handelen, waardoor hardware- en netwerkresources sneller worden vrijgegeven. Daarnaast maakt Go geen gebruik van een interpreter. Dit zorgt voor snellere ontwikkeling omdat er geen tussenstappen vereist zijn.

Ondanks de stijgende populariteit van Go, heeft ook deze programmeertaal een aantal nadelen. Go ondersteunt minder generics dan Python en Java. Dit betekent dat ontwikkelaars vaak zelf functies moeten programmeren die met verschillende parameters kunnen omgaan. Dit beperkt de herbruikbaarheid van de code. Ook zijn er een beperkte aantal ingebouwde libraries in vergelijking met andere talen. Hierdoor is het moeilijk om libraries van derde partijen te vinden en gebruiken.

Conclusie

Uit bovenstaande informatie leren we dat er geen “one-size-fits-all” programmeertaal is. De keuze die je maakt is afhankelijk van de behoeften binnen een bepaald project. Daarom is het voor het starten van een project van belang kennis op te doen van de verschillende talen en daarbij hun sterke en zwakke punten in kaart te brengen. Daarnaast is het belangrijk om de specifieke vereisten van een project te analyseren. Als je deze informatie hebt verzameld kan je op een zorgvuldige een keuze maken voor de meest geschikte programmeertaal.